Datatypes
Je gebruikt in je programma’s informatie (data). Voorbeelden van informatie:
-
De naam van een firma.
-
De prijs van een artikel.
-
Het loon van een bediende.
-
Is iemand gehuwd?
-
Ben je geslaagd voor je rijexamen?
Er bestaan drie basis-datatypes:
De naam van een firma is een tekst. Tekst staat tussen enkele of dubbele
aanhalingstekens (' of ").
Als een firma ‘Frituur Frida’ heet, schrijf je dat in je programma als
"Frituur Frida".
Je kan met tekst niet rekenen (optellen, vermenigvuldigen, …).
We gebruiken in Python het woord string voor tekst.
De prijs van een artikel en het loon van een bediende zijn getallen.
Getallen staan niet tussen aanhalingstekens.
Als een getal cijfers na de komma bevat, gebruik je een punt als
scheidingsteken.
Het getal 3,14 staat in je programma dus als 3.14 .
Je kan met getallen rekenen.
Let op: als je een getal tussen aanhalingstekens zet, gaat Python
dit behandelen als tekst.
Een logische waarde is iets dat waar of onwaar is.
Het feit of iemand gehuwd is, is waar of onwaar.
Het feit of je geslaagd bent voor je rijexamen, is waar of onwaar.
In Python spreek je over True (waar) of False (onwaar).
In Python schrijf je True en False altijd met een hoofdletter.
We noemen bij programmeren een logische waarde ook een boolean waarde.